Naar inhoud springen

hallucinant

Uit WikiWoordenboek
  • hal·lu·ci·nant
enkelvoud meervoud
naamwoord hallucinant hallucinanten
verkleinwoord - -

dehallucinantm

  1. iemand die hallucinaties heeft
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen hallucinanthallucinanterhallucinantst
verbogen hallucinantehallucinanterehallucinantste
partitief hallucinantshallucinanters-

hallucinant

  1. verbijsterend, schokkend
83 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


  enkelvoud meervoud
  mannelijk   hallucinant hallucinants
  vrouwelijk   hallucinante hallucinantes

hallucinant

  1. hallucinaties veroorzakend
  2. hallucinaties hebbend
  3. (figuurlijk) verbijsterend; hallucinant

hallucinant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van halluciner
  • dit woord heeft een h muet: er vindt liaison plaats met de eindmedeklinker van het woord ervoor