hallucinant
Uiterlijk
- Geluid: hallucinant (hulp, bestand)
- IPA: / ˌhɑlysiˈnɑnt / (4 lettergrepen)
- hal·lu·ci·nant
- Naamwoord van handeling van hallucineren met het achtervoegsel -ant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hallucinant | hallucinanten |
| verkleinwoord | - | - |
de hallucinant m
- iemand die hallucinaties heeft
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | hallucinant | hallucinanter | hallucinantst |
| verbogen | hallucinante | hallucinantere | hallucinantste |
| partitief | hallucinants | hallucinanters | - |
hallucinant
- Het woord hallucinant staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hallucinant" herkend door:
| 83 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | hallucinant | hallucinants |
| vrouwelijk | hallucinante | hallucinantes |
hallucinant
- hallucinaties veroorzakend
- hallucinaties hebbend
- (figuurlijk) verbijsterend; hallucinant
hallucinant
- tegenwoordig deelwoord (participe présent) van halluciner
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ant in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 83 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 11
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Figuurlijk in het Frans
- Deelwoord in het Frans