habitare

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Woordafbreking
  • ha·bi·ta·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van habere (perf. habitus) met het achtervoegsel -are.
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
habitāre habitō habitāvi habitātus
eerste vervoeging volledig

Werkwoord

hăbĭtāre

  1. vaak iets hebben, plegen te hebben
  2. bewonen