haarwrong

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·wrong
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haarwrong haarwrongen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

haarwrong m

  1. bundel in elkaar gedraaid, lang haar
     Tefjes man, dichter ERIK TONG AH YONG (Met mijn handen om moeders haarwrong), heeft om die reden ook vorige maand een poging tot zelfmoord gedaan die jammerlijk mislukte.[1]
     Een haarwrong werd kunstig over de andere schouder gesmeten.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron THEODOR HOLMAN op Wikipedia “Boekenbal 2012” (14 maart 2012), Het Parool
  2. Bronlink Weblink bron Guido Everaert “Als we gepersonaliseerde nummerplaten nu eens zien als indicatie voor een hogere vermogensbelasting?” (16 september 2015), De Morgen
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be