haarnetje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·net·je
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord haarnetje haarnetjes

Zelfstandig naamwoord

haarnetje o dim. tant.

  1. een dun vlechtsel van draadjes waarmee lang haar bijeengehouden kan worden
    Zij waren om veiligheidsredenen verplicht bij het werk een haarnetje te dragen.