haarnetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·net·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord haarnetje haarnetjes

Zelfstandig naamwoord

haarnetje o dim. tant.

  1. een dun vlechtsel van draadjes waarmee lang haar bijeengehouden kan worden
    • Zij waren om veiligheidsredenen verplicht bij het werk een haarnetje te dragen. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

haarnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord haarnet

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be