haarnet
Uiterlijk
- haar·net
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haarnet | haarnetten |
| verkleinwoord | haarnetje | haarnetjes |
het haarnet o
- (hoofddeksel) omhulsel van open weefsel om een kapsel in vorm te houden of om te voorkomen dat hoofdhaar iemands werkzaamheden verstoort
- Zij waren om veiligheidsredenen verplicht bij het werk een haarnet te dragen.
- Het woord haarnet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "haarnetje" (het verkleinwoord) herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ haarnet op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Hoofddeksel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %