Naar inhoud springen

hájil

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /ɦaːjɪl/
  • há·jil

hájil

  1. mannelijk derde persoon enkelvoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord hájit
  2. mannelijk enkelvoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord hájit