gymzaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Interieur, overzicht gymzaal - Mariënwaard - 20361412 - RCE.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • gym·zaal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gymzaal gymzalen
verkleinwoord gymzaaltje gymzaaltjes

Zelfstandig naamwoord

gymzaal

  1. ruimte bij een school geschikt om gymnastiekles in te krijgen en ook geschikt voor zaalsporten zoals volleybal en basketbal
    • De eindexamens werden in de gymnastiekzaal afgenomen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be