guérir
Uiterlijk
- van Oudfrans guerir, een variant afkomstig uit Champagne van Oudfrans guarir, garir wat van het Oudfrankisch *warjan "beschermen, verdedigen" afkomstig is (cognaat met Nederlands weren ww ); de vorm garir kwam nog tot de 17de eeuw in het Frans voor [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| guérir |
guérissais |
guéri |
| tweede groep | volledig | |
guérir
- ↑ guérir (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.