gruw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gruw

Werkwoord

vervoeging van
gruwen

gruw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gruwen
    • Ik gruw. 
  2. gebiedende wijs van gruwen
    • Gruw! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gruwen
    • Gruw je? 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.