grutjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grut·jes
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

grutjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord grut

Tussenwerpsel

grutjes

  1. bastaardvloek die lichte schrik uitdrukt

Gangbaarheid