gruizen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grui·zen

Zelfstandig naamwoord

gruizen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gruis

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.