groupie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grou·pie
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Engelse group
enkelvoud meervoud
naamwoord groupie groupies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

groupie v

  1. een zeer trouwe fan van een muzikant op muziekgroep
    • Ik heb meisjes weggedragen zien worden, omdat ze waren flauwgevallen. Net als die groupies toen met Doe Maar.” [1] 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Trouw Babette Rijkhoff– 12:14, 31 maart 2018 Het succes van de familievloggers: 'We hebben een tijdje met de gordijnen dicht geleefd'
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be