grootspraak
Uiterlijk
- Geluid: grootspraak (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɣrotsprak / (2 lettergrepen)
- groot·spraak
- samenstelling van groot en spraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grootspraak | |
| verkleinwoord |
- opschepperij, bluf, dikdoenerij, jezelf belangrijker maken dan je bent
- De visser vertelde in beeldende taal over zijn gevangen vis van meer dan 1 meter lengte maar het bleek alleen maar grootspraak te zijn.
- Het woord grootspraak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "grootspraak" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %