grootschalig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·scha·lig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grootschalig grootschaliger
verbogen grootschalige

Bijvoeglijk naamwoord

grootschalig

  1. waar veel dingen of mensen bij betrokken zijn
    De nieuwe stad bouwde grootschalige nieuwbouwwijken.