grootogig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·o·gig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grootogig grootogiger grootogigst
verbogen grootogige grootogigere grootogigste
partitief grootogigs grootogigers -

Bijvoeglijk naamwoord

grootogig [1]

  1. met grote ogen
     Met De kleine prins heeft Osborne een raamvertelling met twee gezichten gemaakt. Het computergeanimeerde heden ziet er kil, grauw en ongeïnspireerd uit, met een wereld waarin liefde en fantasie zijn verzwolgen door een prestatiemaatschappij vol hoekige en grootogige kantoorklerken.[2]
     Elke internetgebruiker is weleens gestuit op een plaatje van een grootogige kat met de tekst ‘What has been seen cannot be unseen.’[3]

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron ERIC LE DUC “Filmrecensie: De kleine prins” (30 jul. 2015), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron Lisa Bouyeure “Yolanthe, Muhammad Ali en de oplossing tegen visuele afstomping” (19/10/2014), HP de Tijd