grootmoe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

grootmoe geniet met volle teugen
Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·moe
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grootmoe grootmoeders
verkleinwoord grootmoedertje grootmoedertjes

Zelfstandig naamwoord

grootmoe v

  1. verkorting van grootmoeder; de moeder van je vader of moeder
    • Kippenvel van verrukking kreeg de negenjarige Sjón als zijn grootmoe het verhaal van de bontforel vertelde. ‘Die ziet eruit als een doodgewone forel, maar o wee als je hem vangt en opeet, want hij maakt mannen zwanger. En dat is levensgevaarlijk, omdat die niet gemaakt zijn om te baren. Er is maar één redding: het scrotum opensnijden met een mes en door die opening de boreling naar buiten trekken.’ [1] 
    • Altijd blij als er in de marge van onze socialemediaverslaving weer zo’n acroniem opduikt dat in een paar letters het existentiële lijden samenvat. U kent ze wel, de yolo’s en fomo’s van deze wereld. Woorden die even precultureel klinken als iets waarmee een peuter naar grootmoe, grootva of potje zou wijzen, maar bon. [2] 
Synoniemen
Verwante begrippen


Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 29 NOVEMBER 2013 Luchtgitaar op de rand van de wereld
  2. De Standaard 07 AUGUSTUS 2014 OM 03:00 UUR | Lieve Van de Velde alleen op de bank