grootlicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·licht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grootlicht grootlichten
verkleinwoord grootlichtje grootlichtjes

Zelfstandig naamwoord

grootlicht o

  1. (verkeer) de verlichting van een voertuig dat bedoeld is om de weg voor het voertuig te verlichten over een grote afstand.
    • Door het grootlicht zagen we in de verte nog snel een ree oversteken. 
Verwante begrippen

Meer informatie