grondpersoneel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] grondpersooneel aan het werk op Schiphol
Uitspraak
Woordafbreking
  • grond·per·so·neel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grondpersoneel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

grondpersoneel o [1]

  1. ondersteunend personeel dat nodig is voor de luchtvaart zonder dat ze zelf vliegen
    • Het gaat niet om gevechtsvliegtuigen, maar om een tankervliegtuig en een transporttoestel. Nederland heeft wel de ambitie om wederom F-16’s in te zetten tegen IS. Die bombardeerden de terreurbeweging al tussen oktober 2014 en juli 2016, eerst alleen boven Irak, later ook boven Syrië. In juli 2016 werden de Nederlanders afgelost door de Belgische luchtmacht. Laatstgenoemde wordt nog wel beveiligd door Nederlands grondpersoneel.[2] 
  2. personeel van een luchthaven
    • Een zwarte lijst alleen is niet genoeg, zeggen de vakbonden in Brandpunt, dat vanavond een uitzending wijdt aan overlast in vliegtuigen door met name vakantievierende jongeren. Ook de luchthaven is verantwoordelijk. Schiphol zou volgens pilotenvereniging VNV te veel bezig zijn met de maximale winst in zijn horecagelegenheden en te weinig opletten of een passagier nog in staat is om te vliegen. Ook zou grondpersoneel alerter moeten zijn. 'Een tweede stap is dat je een luchthaven drooglegt', zegt een woordvoerder van de VNV in het televisieprogramma.[3]  
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Casper van der Veen 24 mei 2017
  3. Volkskrant Jochem van Staalduine 4 april 2017