grondlegger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grond·leg·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grondlegger grondleggers
verkleinwoord grondleggertje grondleggertjes

Zelfstandig naamwoord

grondlegger m

  1. oprichter, stichter, iemand die ergens de basis van gelegd heeft.
    Niels Bohr is de grondlegger van de kwantummechanica