grondgebied

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grond·ge·bied
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grondgebied grondgebieden
verkleinwoord grondgebiedje grondgebiedjes

Zelfstandig naamwoord

grondgebied o

  1. het gebied waarover een instantie of overheid het beheer heeft
    • Argentinië beschouwt de Falkland-eilanden als zijn grondgebied en vindt de Britse olieboringen een schending van zijn soevereiniteit. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

grondgebied

  1. grondgebied; het gebied waarover een instantie of overheid het beheer heeft


Sallands

Zelfstandig naamwoord

grondgebied

  1. grondgebied; het gebied waarover een instantie of overheid het beheer heeft