gronder
Uiterlijk
- via Oudfrans grondir, grundir van Klassiek Latijn grundire (variant van grunnire wat Frans grogner gaf)[1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gronder |
grondais |
grondé |
| eerste groep | volledig | |
gronder
- onovergankelijk grommen [1]; grommelen [1]; een grommend geluid maken
- overgankelijk grommen [2]; grommelen [2]
- overgankelijk terechtwijzen (doorgaans een kind)
- ↑ gronder (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.