Naar inhoud springen

gronde

Uit WikiWoordenboek
  • gron·de

gronde

  1. datief mannelijk  van grond, (tot op de) bodem
 De stad werd te gronde gericht. 
  • te gronde richten
vernietigen, verwoesten
  • te gronde gaan
vernietigd worden, ten onder gaan
vervoeging van
gronden

gronde

  1. aanvoegende wijs van gronden


vervoeging van
gronder

gronde

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van gronder
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van gronder
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van gronder