grok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grok

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

enkelvoud meervoud
naamwoord grok grokken
verkleinwoord grokje grokjes

Zelfstandig naamwoord

grok; m

  1. een, meestal warme, alcohol bevattende drank
    • Toen is na een praatje het vergif drinken, veranderd in een grokje; [...].[1] 

Werkwoord

vervoeging van
grokken

grok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grokken
    • Ik grok. 
  2. gebiedende wijs van grokken
    • Grok! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grokken
    • Grok je? 

Verwijzingen

  1. Jacobus van Looy aan Willem Witsen

Meer informatie