groetten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groet·ten

Werkwoord

vervoeging van
groeten

groetten

  1. meervoud verleden tijd van groeten
    • Wij groetten. 
    • Jullie groetten. 
    • Zij groetten.