groepslid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

groepslid van Rapalje: William
Uitspraak
Woordafbreking
  • groeps·lid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord groepslid groepsleden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

groepslid m

  1. iemand die lid is van een groep
    • Thomas was een chimp in de kracht van zijn leven. Er is tot nu toe weinig bekend over hoe chimpansees omgaan met de dood van zo’n actief groepslid. De meeste verslagen beschrijven wat er gebeurt als een jonkie overlijdt. Moeders blijven hun dode kind aanvankelijk ronddragen en houden het bij nieuwsgierige chimps weg. Dat kan dagen tot weken duren. Er zijn gevallen bekend van moeders die zelfs een al ontbindend lichaampje met zich mee bleven dragen. Uiteindelijk laat een moeder het jong los. De rouw concentreert zich in deze gevallen rond de moeder. De moeder is ook de enige met een betekenisvolle band met het overleden jong. Maar om volwaardige groepsleden wordt collectief gerouwd, zoals bij de sociale Thomas. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Lucas Brouwers 23 mei 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be