Naar inhoud springen
groeit
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van groeien
- ▸ De stam van een olijfboom groeit ongeveer een centimeter per jaar.[1]
- ▸ Er groeit een heel mens in je.[1]
- ▸ 'Dat kun je haar ook niet kwalijk nemen ' Ik word misselijk van de gedachte aan de splijtzwam die in Annets buik groeit.[1]
- 1 2 3
Ronald Giphart e.a.
“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471