Naar inhoud springen

groeit

Uit WikiWoordenboek
  • groeit
vervoeging van
groeien

groeit

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien
    • Jij groeit. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien
    • Hij groeit. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van groeien
    • Groeit! 
     De stam van een olijfboom groeit ongeveer een centimeter per jaar.[1]
     Er groeit een heel mens in je.[1]
     'Dat kun je haar ook niet kwalijk nemen ' Ik word misselijk van de gedachte aan de splijtzwam die in Annets buik groeit.[1]
  1. 1 2 3
    Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471