grijsachtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grijs·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw

samenstelling van grijs met het achtervoegsel -achtig

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grijsachtig grijsachtiger grijsachtigst
verbogen grijsachtige grijsachtigere grijsachtigste
partitief grijsachtigs grijsachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

grijsachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van grijs
    Het was weer een van die grijsachtige, bewolkte dagen waar Nederland zo rijk aan is.
Synoniemen