grievend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grie·vend

Werkwoord

vervoeging van: grieven
verbogen vorm: grievende

grievend

  1. onvoltooid deelwoord van grieven
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grievend grievender grievendst
verbogen grievende grievendere grievendste
partitief grievends grievenders -

Bijvoeglijk naamwoord

grievend [1]

  1. gericht om iemand te kwetsen en te beledigen
    • Nadat ze de spuitbusverf had verwijderd deed ze bij de politie aangifte van vandalisme. Onbekend is nog of de vrouw weet wie de grievende teksten op haar bolide spoot. [2] 
    • 'Patiënte' Rosanna ontkende gisteren dat ze met verwondingen naar een hospitaal moest worden gebracht door het productieteam. "Onzin, ik kon best nog lopen", vertelde ze vrolijk aan Radio 538-dj's Coen Swijnenberg en Sander Lantinga. Het duo vroeg haar ook om opheldering over grievende hashtags zoals #hijisechtklein die ze over Alex op Facebook zette. [3] 
    • Wim Dankbaar is in het verleden meerdere keren veroordeeld voor het publiceren van heftige uitspraken. Zo kreeg hij in juli 2016 een gevangenisstraf van drie maanden wegens "kwetsende en grievende" uitlatingen in zijn omstreden boek Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra. [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen