gries

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gries
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gries -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gries o [2]

  1. gruis, zand
  2. (voeding) griesmeel
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

gries

  1. (kleur) grijs; de kleur grijs hebbend


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈɣriːs/ (Etsbergs)

Bijvoeglijk naamwoord

gries

  1. (kleur) grijs

Zelfstandig naamwoord

gries o

  1. (kleur) grijs
Verbuiging



Nedersaksisch

Bijvoeglijk naamwoord

gries

  1. (kleur) grijs; de kleur grijs hebbend
  2. slim, sluw, listig
Synoniemen
  1. grau
  2. intelligent, dördrieven, klook, slau


Oost-Fries

Bijvoeglijk naamwoord

gries

  1. (kleur) grijs; de kleur grijs hebbend
  2. slim, sluw, listig