grensgeval

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grens·ge·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grensgeval grensgevallen
verkleinwoord grensgevalletje grensgevalletjes

Zelfstandig naamwoord

grensgeval o [1]

  1. een casus die precies op de grens ligt van twee categorieën
    • Bedriegen is een intentionele activiteit, met zelfbedrog als een bijzonder grensgeval, waarbij de bedrieger dezelfde is als de bedrogene. [2] 
    • Grensgevallen zullen altijd blijven bestaan, daar is weinig aan te doen, viel op te maken uit een toelichting van Teeven. 'Daar zal altijd een gevoel van onrechtvaardigheid om blijven bestaan.' Maar er zijn duidelijke regels gehanteerd over leeftijd, asielaanvraag, verblijfsduur in Nederland en zichtbaarheid voor de overheid.[3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Johan Braeckman & Maarten Boudry De ongelovige Thomas heeft een punt' ISBN 978-90-8924-188-7 2011 pagina 176
  3. Volkskrant 27 september 2013