graveerden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·veer·den

Werkwoord

vervoeging van
graveren

graveerden

  1. meervoud verleden tijd van graveren
    • Wij graveerden. 
    • Jullie graveerden. 
    • Zij graveerden.