grasmaaier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gras·maai·er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grasmaaier grasmaaiers
verkleinwoord grasmaaiertje grasmaaiertjes

Zelfstandig naamwoord

grasmaaier m

  1. (gereedschap) een machine om het gras te maaien
    • De grasmaaier werd niet vaak gebruikt door dat gezin. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be