grashalm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gras·halm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grashalm grashalmen
verkleinwoord grashalmpje grashalmpjes

Zelfstandig naamwoord

grashalm m

  1. (plantkunde) stengel van een grasplant

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.