grapjurk
Uiterlijk
- grap·jurk
- samenstelling van grap zn en jurk zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grapjurk | grapjurken |
| verkleinwoord | grapjurkje | grapjurkjes |
- persoon die veel grapjes maakt
- Het woord 'grapjurk' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.