granivoor
Uiterlijk
- gra·ni·voor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | granivoor | granivoren |
| verkleinwoord | - | - |
de granivoor m
- (dierkunde) zaadetend dier
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | granivoor |
| verbogen | granivore |
| partitief | granivoors |
granivoor
- met betrekking tot een zaadetend dier
- Het woord granivoor staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -voor in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Dierkunde in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal