grafstede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

grafstede
Uitspraak
Woordafbreking
  • graf·ste·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grafstede grafstedes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

grafstede v/m [1]

  1. de laatste rustplaats voor een (rijke, belangrijke) overledene
     Als auteur van twee boeken over uitvaartplechtigheden van de Oranjes, Vorstelijk begraven en gedenken - Funeraire geschiedenis van het huis Oranje-Nassau (2003) en Langs vorstelijke grafsteden - De laatste rustplaatsen van het huis Oranje-Nassau (2008), meende hij zeker te weten dat prins Friso bijgezet zou worden in de Nieuwe Kerk in Delft.[2]
     De Thraciërs bevolkten in de antieke wereld grote gebieden op de Balkan. In Bulgarije zijn al veel sporen, waaronder goudschatten, aangetroffen. De nu ontdekte grafstede in het zuidoosten van het land stamt vermoedelijk uit de tijd van de Macedonische koning Alexander de Grote (356-323 voor Christus).[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[4]


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Begrafenis Friso 'breuk met traditie'” (13 aug. 2013), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron “Ontlede lijk Thracische prinses gevonden” (02 jul. 2016), De Telegraaf
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be