graagte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • graag·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord graagte
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

graagte v [1]

  1. genoegen
    • Ook zij zagen in onze documentaire over de schaduwzijde van reislust vooral een aanleiding om zelf een aantal memorabele reizen te maken en gaven met graagte voorrang aan exotischer bestemmingen dan wat door de Nederlandse vvv keurig was uitgestippeld en bewegwijzerd. [2] 
    • Samsom verwijt VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra dat die vaste contracten als een probleem ziet, flexwerk als de norm betitelt en werknemersrechten als ballast ziet. Dat is economisch kortzichtig, zegt Samsom. "Ik weet het, de vakbeweging, de cao, het vaste contract, het wordt door rechts met graagte weggezet als ouderwets. Ik luisterde geamuseerd naar de ronkende teksten van collega Zijlstra op zijn partijcongres." [3] 
    • Zo duiken beide landen met graagte in de underdogrol, maar het feit is dat ze allebei móeten winnen. Voor Japan, vertelde De Wit eerder dit seizoen, is goud op het teamonderdeel misschien wel de belangrijkste schaatsmedaille van deze Spelen. [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Pfeiffer, Ilja Leonard "Grand Hotel Europa" 2018 ISBN 978-90-295-2622-7 p. 187
  3. Tubantia 16 september 2015, Slob benadrukt belang van opvang in de regio
  4. Tubantia Rik Spekenbrink 21 februari 2018 Nederlandse achtervolgers kunnen alleen maar verliezen