graafarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • graaf·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord graafarm graafarmen
verkleinwoord graafarmpje graafarmpjes

Zelfstandig naamwoord

graafarm m

  1. (werktuigbouwkunde) arm van een graafmachine waaraan de bak ('lepel') is bevestigd

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.