gouwdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gouw·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gouwdag gouwdagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gouwdag m [1]

  1. speldag voor de jeugd uit een bepaalde regio
     De Gouwdag is een tweejaarlijkse speldag voor alle Kabouters en Pagadders (en hun leiding) van alle bonden van KSA Noordzeegouw.[2]

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron KSA Noordzeegouw “GOUWDAG 2020” (2020), KSA Noordzeegouw
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be