gordeldier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gor·del·dier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gordeldier gordeldieren
verkleinwoord gordeldiertje gordeldiertjes

Zelfstandig naamwoord

gordeldier o

  1. (dierkunde) Dasypodidae op Wikispecies zoogdier met pantser van beweegbare schubben
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen