gootlijst
Uiterlijk

- goot·lijst
- samenstelling van goot zn en lijst zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gootlijst | gootlijsten |
| verkleinwoord | gootlijstje | gootlijstjes |
- (bouwkunde) lijst die langs een dakgoot loopt
- ▸ Van de gevel van het huis van de baas was dan ook niet veel meer goed te zien dan het lange glimpende bord boven de winkeldeuren: 'Huis- en Rijtuigschilder' en wat gekozijn van de voorkamer boven en het spionnetje en de streep van de pijp die van de gootlijst afdaalde en het kapel van de hooge zolder, waaronder al die vruchten uit het Westland hadden liggen gloeien, het was nu alles verdekt met nacht.[2]
- (bouwkunde) in de klassieke bouwkunde een onderdeel van de kroonlijst
- [1] boeibord, kranslijst
- [2] cimaas
- Het woord gootlijst staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “Jacobus” (1930), Saga, ISBN 9788728433317
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal