gootgat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goot·gat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gootgat gootgaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gootgat o [1]

  1. gat waardoor vuil water van de goot in de zinkput loopt
Synoniemen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen