goodwill

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • good·will
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘waarde van een zaak voor zover die berust op haar verworven positie, boven de intrinsieke waarde’ voor het eerst aangetroffen in 1912 [1]
  • samenstelling uit het engels good en will welwillendheid
enkelvoud meervoud
naamwoord goodwill
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

goodwill m

  1. goede naam hebben, het bedrag dat betaald wordt voor de goede naam bij de overname van een bedrijf
    • Huisartsen vragen goodwill bij de overname van hun praktijk. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen