gondel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gon·del
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘Venetiaans bootje’ voor het eerst aangetroffen in 1602 [1]
  • [5, 6] Herkomst: Bargoens [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord gondel gondels
verkleinwoord gondeltje gondeltjes

Zelfstandig naamwoord

gondel v/m

  1. een pleziervaartuig in Venetië
  2. bovenste gedeelte van een windturbine
  3. de cabine van een kabelbaan
  4. het schuitje van een luchtballon
  5. (Jiddisch-Hebreeuws) vrouw, dame
  6. (Jiddisch-Hebreeuws) prostituee
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen