golok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. groot kapmes
2. kleine sabel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·lok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord golok goloks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

golok m

  1. (gereedschap) groot kapmes
    • Zondagmiddag omstreeks 15.30 uur was de tuinman van mevr. P. te Kebajoran de verwelkte bladeren van de pisangboom, in de tuin met een golok aan het bijsnijden. [1]
  2. (militair) kleine sabel
    • De Atjehers waren sluwe tegenstanders, die graag met klewang en golok toesloegen. [2]
Synoniemen

Verwijzingen

Gangbaarheid

4 % van de Nederlanders;
5 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie


Indonesisch

Woordafbreking
  • go·lok

Zelfstandig naamwoord

golok

  1. (gereedschap) groot kapmes
  2. (militair) kleine sabel
Overerving en ontlening
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be