golok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. groot kapmes
2. kleine sabel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·lok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord golok goloks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

golok m

  1. (gereedschap) groot kapmes
    • Zondagmiddag omstreeks 15.30 uur was de tuinman van mevr. P. te Kebajoran de verwelkte bladeren van de pisangboom, in de tuin met een golok aan het bijsnijden. [1]
  2. (militair) kleine sabel
    • De Atjehers waren sluwe tegenstanders, die graag met klewang en golok toesloegen. [2]
Synoniemen

Verwijzingen

Gangbaarheid

5 % van de Nederlanders;
7 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Indonesisch

Woordafbreking
  • go·lok

Zelfstandig naamwoord

golok

  1. (gereedschap) groot kapmes
  2. (militair) kleine sabel
Overerving en ontlening