golfset

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

golfset
Uitspraak
Woordafbreking
  • golf·set
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord golfset golfsets
verkleinwoord golfsetje golfsetjes

Zelfstandig naamwoord

golfset m

  1. groep bij elkaar passende golfclubs
    • Een extra onderbroek in de handbagage, een goed boek en een rol pepermunt. C’est tout. Nooit meer zeulen met zware koffers, golfsets of ski’s. Die reizen op eigen houtje, met een vervoersbedrijf. Heerlijk, lijkt het u, zo blijkt uit mijn oproep van vorige week.[1] 
    • Zijn vader schonk hem voor zijn tweede verjaardag een plastic golfset waarmee hij de bal dertig meter wegsloeg en die na enkele weken al moest worden vervangen door een echte kinderset.[2] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf M. Schipper 21 februari 2015 Koffer reist vooruit
  2. Volkskrant P. de Waard 13 juli 2011 Voorbestemd superster te worden