gokkast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gok·kast
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gokkast gokkasten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gokkast v / m

  1. (spel) apparaat om gokspelletjes mee te spelen
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be