Naar inhoud springen

goinfre

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  goinfre     le goinfre     goinfres     les goinfres  

goinfre m

  1. (spreektaal) schrokop, veelvraat
    «Ces goinfres se sont farci tout le rôti.»
    Die vreetzakken hebben al het vlees opgeschrokt. [1]
vervoeging van
goinfrer

goinfre

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van goinfrer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van goinfrer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van goinfrer