goedmaker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·ma·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord goedmaker goedmakers
verkleinwoord goedmakertje goedmakertjes

Zelfstandig naamwoord

goedmaker m

  1. iets waarmee je probeert een niet terug te draaien fout te compenseren
    • Even daarvoor had Thomas een van de teleurstellingen van zijn leven doorgemaakt, zo valt te lezen in een fascinerende longread van Wired. Hij was naar Brazilië afgereisd om voor ongeveer 25 miljoen dollar aan edelstenen voor een prikje over te nemen. Maar eenmaal aangekomen bij de mijn was er geen spoor van de handelaar. Als goedmaker vertelden de mijnwerkers dat ze – als hij er toch is – nog wel een betere aanbod hebben. Ze nemen hem en zijn compagnon mee naar huis en tonen hen de Smaragd van Bahia, een reusachtige groene steen die kort daarvoor uit de grond is gehaald. Thomas koopt het ding meteen en geeft opdracht de smaragd naar de Verenigde Staten te vervoeren.[1] 
    • Bij de wijn aarzelde hij. Hij keek om zich heen en liet snel drie mooie flessen rood in zijn mandje glijden. Nu er op hem werd gelet kon dat verkeerd worden uitgelegd. Hij drapeerde een netje mandarijnen over de flessen. Geen doordeweekse wijn, dat zou Esther niet accepteren als goedmaker. Hij kende haar langer dan vandaag.[2]  

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Joost Pijpker 1 april 2017
  2. Anna Levander Morten De Morten Trilogie deel 1 ISBN 9789021455891 pagina 113