godsnaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gods·naam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord godsnaam -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

godsnaam m

  1. in godsnaam: een uitdrukking van vertwijfeling, afsmeking of ergernis
    • Wat heeft dit er in godsnaam mee te maken? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.